Aardappelen bewaren zonder uitlopers: zo doe je dat goed

Die groene uitlopers op aardappelen zijn vaak het eerste teken dat er iets mis is met hun bewaarplek. Meestal ligt de oorzaak niet bij de aardappel zelf, maar bij licht, warmte of een verkeerde verpakking. Met een paar gerichte aanpassingen in je bewaarplek houd je aardappelen weken tot maanden goed, zonder dat ze gaan kiemen of groen worden.
Waarom aardappelen uitlopers krijgen
Een aardappel is geen dood stuk voedsel, maar een knol die “wil” uitgroeien tot een nieuwe plant. Zodra de omstandigheden daarvoor gunstig zijn, begint hij te kiemen. Drie factoren spelen daarbij de hoofdrol.
Temperatuur. Bij kamertemperatuur, dus vanaf ongeveer 15 tot 18 graden, gaat een aardappel sneller aan het werk. Hoe warmer de bewaarplek, hoe eerder je uitlopers ziet. Bij koelere omstandigheden, rond de 4 tot 8 graden, remt dat proces flink af.
Licht. Daglicht of felle kunstverlichting zet de aardappel aan tot het aanmaken van chlorofyl en solanine. Dat zie je terug als groene plekken onder de schil. Solanine is een natuurlijk gifstof die de plant tegen vreterij beschermt; in kleine hoeveelheden merk je er weinig van, maar een flink groene of bittere aardappel kun je beter niet meer eten.
Vocht en ventilatie. Te veel vocht in de verpakking versnelt bederf en schimmelvorming, maar te droge, warme lucht bevordert juist weer het kiemen. De juiste balans is een koele, donkere plek met voldoende luchtcirculatie.

De ideale bewaarplek in huis
Niet iedereen heeft een aparte kelder, maar de meeste huizen hebben wel een plek die in de buurt komt van het ideaal: koel, donker en droog.
Kelder of provisiekast
Een onverwarmde kelder is voor aardappelen vrijwel perfect: constant koel, meestal donker en met voldoende luchtcirculatie als je ze niet in een dichte plastic zak propt. Heb je die luxe niet, kijk dan naar een koele bijkeuken, garage (mits vorstvrij) of een provisiekast tegen een buitenmuur, die vaak net wat koeler is dan de rest van het huis.
Bewaar je in dezelfde ruimte ook andere voorraadproducten, lees dan ook Knoflook op de juiste manier bewaren: per vorm de beste methode voor de beste methode per bewaarvorm.
Keukenkastje: kan het wel?
Een kastje in de keuken is vaak te warm, zeker als het naast de oven of vlak bij verwarmingsbuizen staat. Kies in dat geval het laagste, koelste kastje, zo ver mogelijk van warmtebronnen, en zorg dat er geen licht bij kan komen. Voor kleine hoeveelheden die je binnen een week of twee opeet is dit meestal geen probleem; voor een grotere voorraad loop je eerder risico op uitlopers.
Waarom de koelkast niet ideaal is
Aardappelen in de koelkast bewaren lijkt een logische oplossing, maar de temperatuur daar, doorgaans rond de 4 graden, is voor aardappelen eigenlijk te laag. Bij die kou zet het zetmeel in de aardappel zich om in suikers. Dat merk je aan een zoetige smaak en, bij bakken of frituren, aan sneller en sterker bruin verkleuren van de aardappel. Voor de meeste aardappelen is een koele provisiekast of kelder dus een betere keuze dan de koelkast.
Verpakking: papier, jute of toch plastic?
De verpakking bepaalt voor een groot deel hoeveel vocht en licht bij de aardappel komen.
Papieren zak of kartonnen doos. Dit is voor de meeste huishoudens de praktische keuze. Papier houdt licht buiten, laat de aardappel ademen en vangt overtollig vocht op. Zet de zak niet dicht tegen de verwarming of een raam.
Jute zak. Traditioneel en nog steeds een goede optie, vooral voor grotere hoeveelheden. Jute laat lucht goed door, wat schimmel voorkomt, en houdt tegelijk het meeste licht buiten.
Mand of open bak, afgedekt met een doek. Handig als je de aardappelen regelmatig wilt controleren op rotte exemplaren of beginnende kiemen. Een doek erover houdt het grootste deel van het licht tegen.
Plastic zak: liever niet. Een dichte plastic zak houdt vocht vast, waardoor aardappelen sneller gaan rotten of schimmelen. Als je toch plastic gebruikt, prik er dan gaten in of laat de zak open, zodat er lucht bij kan.
Vacuümverpakking. Voor rauwe, ongeschilde aardappelen is vacumeren niet gebruikelijk en ook niet nodig; de knol moet kunnen ademen. Vacumeren is wel geschikt voor gekookte of voorbereide aardappelen die je in de koelkast of vriezer bewaart, maar dat is een ander verhaal dan het bewaren van rauwe knollen.

Praktische maatregelen tegen uitlopers
Naast de juiste plek en verpakking helpen een paar concrete gewoontes om aardappelen langer goed te houden.
Houd ze uit elkaar van uien. Uien en aardappelen samen bewaren lijkt logisch omdat het allebei “voorraadgroenten” zijn, maar uien geven gassen af die het kiemen van aardappelen juist versnellen. Bewaar ze in gescheiden manden of zakken, ook als ze in dezelfde kast staan.
Controleer regelmatig op rotte exemplaren. Één zachte, rottende aardappel kan de rest van de voorraad aansteken. Loop je voorraad elke week of twee even langs en verwijder exemplaren die zacht aanvoelen, sterk ruiken of al ver zijn uitgelopen.
Was ze niet voor je ze opbergt. Aardappelen die net uit de grond of van de markt komen, hebben nog een beschermend laagje aarde en schil. Wassen voordat je ze weglegt, maakt ze vochtiger en kwetsbaarder voor schimmel. Borstel grove aarde er losjes af en was ze pas kort voor gebruik.
Verwijder kleine uitlopers gewoon. Zie je al een klein kiempje? Dan is de aardappel meestal nog gewoon te gebruiken. Breek de kiem eraf en snijd eventuele groene plekken ruim weg voor je de aardappel kookt. Is de aardappel sterk gerimpeld, grotendeels groen of ruikt hij afwijkend, dan is weggooien de veiligere keuze.
Bewaar geen beschadigde aardappelen lang. Knollen met snijwonden, kneuzingen of schilbeschadiging rotten sneller en horen niet in de voorraad voor de lange termijn. Gebruik die het eerst op.

Verschil per aardappelsoort
Niet elke aardappel gedraagt zich identiek in de voorraadkast.
Vastkokende aardappelen (zoals veel jonge en kleine aardappelen) hebben meestal een dunnere schil en houden het iets korter uit dan stevigere, kruimige rassen. Eet deze als eerste op.
Kruimige en overkokende aardappelen met een dikkere schil zijn vaak beter geschikt voor langere opslag en verdragen een koele, droge kelder doorgaans het best.
Nieuwe oogst versus late oogst. Vroege, nieuwe aardappelen uit het voorjaar zijn dunner van schil en minder geschikt om maandenlang te bewaren; ze zijn bedoeld om vrij snel opgegeten te worden. Late-oogstaardappelen, geoogst in het najaar, zijn juist gemaakt om de winter door te komen en lenen zich beter voor een langere bewaarperiode in een koele kelder.
Voorgekookte of geschilde aardappelen. Deze horen niet in de voorraadkast, maar in de koelkast, en moeten binnen een paar dagen op zijn. Wil je ze langer bewaren, dan is invriezen na blancheren een betere optie dan ze rauw in de koelkast te laten liggen.
Veelgestelde vragen
Kan ik een aardappel met kiemen nog gewoon eten?
In de meeste gevallen wel, zolang je de kiemen verwijdert en eventuele groene plekken ruim wegsnijdt voor het koken. Is de aardappel sterk gerimpeld, zacht of grotendeels groen, dan kun je hem beter weggooien.
Waarom wordt mijn aardappel groen?
Groene plekken ontstaan door blootstelling aan licht, waardoor de knol chlorofyl en solanine aanmaakt. Dat is een teken dat de aardappel te veel licht heeft gehad, meestal omdat hij te lang open en bloot heeft gelegen in een keukenkastje of op het aanrecht.
Hoe lang blijven aardappelen goed als ik ze koel en donker bewaar?
Dat verschilt sterk per ras, oogsttijdstip en de exacte omstandigheden van je bewaarplek. Late-oogstaardappelen in een koele, donkere kelder gaan doorgaans het langst mee, soms wel een groot deel van de winter; vroege aardappelen en aardappelen in een minder ideale, warmere kast houden het aanmerkelijk korter uit.
Mag ik aardappelen samen met andere groenten bewaren?
Uien kun je beter apart houden, omdat die het kiemen van aardappelen versnellen. Andere voorraadgroenten zoals wortels of pompoen kunnen meestal wel in dezelfde ruimte staan, zolang de temperatuur en luchtvochtigheid voor beide geschikt zijn.
Is het erg als aardappelen een beetje slap of rimpelig worden?
Lichte verslapping wijst meestal op vochtverlies door een te droge of te warme bewaarplek. De aardappel is dan meestal nog wel te gebruiken, maar verliest aan kwaliteit. Sterke rimpeling in combinatie met zachte plekken is wel een teken dat de aardappel niet meer vers genoeg is om te bewaren.